|
Boosheid Wanneer we iets of iemand verloren hebben door een misdrijf, ont- staat boosheid uit ons gefrustreerde terugverlangen naar de of het verlorene. En deze boosheid
creeert vaak een blinde afgunst op de vrijheid of zelfs het leven van een dader. Want onze boze (gestoorde) toestand impliceert de neiging tot demonisering en destructie, en hiermee het vaak psychotische verlangen naar
leed, schade of vernietiging van die dader. Bevrediging van deze destructieve psychotische verlangens kan echter slechts leedvermaak uit wraak cre๋ren; maar nooit een werkelijke genoegdoening . . . . . .
Schijn-genoegdoening Voor de gedupeerden of nabestaanden van een misdrijf met onher- stelbare schade is de enige re๋le
weg die van aanvaarding; want door wraak kan het terugverlangen naar de of het verlorene niet verdwijnen . . . . . En het is
dit gefrustreerde terug-verlangen dat hun lijden en boosheid veroorzaakt . . . . . Wraak lost daarom niets op, en kan daarom ook slechts een suggestieve schijn-genoegdoening opleveren.
Alleen door
aanvaarding, loslating, en realistische verwerking kan het terugverlangen naar een (of het) verlorene verdwijnen; en hiermee ook de frustratie van het terugverlangen, en daarmee ook het lijden, de boosheid en het
verlangen naar wraak . . . . .
Inzicht en begrip Verwerking en aanvaarding van een verlies worden minder moeilijk, naarmate we onze
wraakgevoelens en de oorzaak van dat verlies beter kunnen begrijpen. Voor nabestaanden of slachtoffers van een misdrijf is daarom inzicht en begrip van het noodlottige en vaak ellendige verleden van daders
en hun omstandigheden van groot belang . . . . . Zij zullen hierdoor het gebeurde meer als een ongeluk kunnen zien en daardoor het gebeurde beter en sneller kunnen verwerken en aan- vaarden. Zij hebben
daar echter wel hulp, steun en begeleiding bij nodig.
Slachtofferschap Soms kunnen nabestaanden of slachtoffers van misdrijven een zieligheids-zelfbeeld
ontwikkelen, waardoor zij het gebeurde niet verwerken, maar ermee blijven rondlopen, en blijven zoeken naar erkenning van hun slachtofferschap. Door het niet willen verwerken kunnen zij ook haatdragend worden jegens
daders, die zij blijven demoniseren. Zo blijven zij dan voortleven in zelfbeklag, negativiteit en ellende. Zij vormen een hulpbehoevende en vergeten groep in de samenleving; niet hulpbehoevend in erkenning van
hun slachtofferschap, maar hulp- behoevend in hun verwerking van het gebeurde . . . . .
Hulp en begeleiding
Het is echter niet alleen deze groep slachtoffers
die hulp en begelei- ding nodig heeft, maar alle slachtoffers. Hulp en begeleiding, omdat slachtoffers door hun demonisering van de dader (uit hun boosheid door het gefrustreerde terugverlangen) weinig zin hebben om
zich te gaan bezighouden met een dader, en hoe deze tot zijn daad gekomen is. Echter hoe meer inzicht in de achtergrond en motieven van een dader, hoe begrijpelijker het verlies wordt, en hoe minder moeilijk het
wordt dat verlies te verwerken . . . . . .
Spijtbetuiging Wanneer echter een dader door bijvoorbeeld een geslaagde her- opvoeding kan komen tot
inzicht en oprechte fouterkennig, en hier- door ook tot een werkelijk oprechte spijtbetuiging aan een slachtoffer, kan dit slachtoffer na verloop van tijd ook komen tot vergeving; en zo zelfs ook tot een verzoening met
die dader . . . . . .
Duizend maal mooier en beter dan die ziekelijke "genoegdoening" uit leedvermaak en wraak . . . . . .
( zie ook
www.preventierecht.nl )
|
|